‘Vier sterren’ vanuit de drive zo duurzaam mogelijk te willen zijn

June 3rd 2015

Energie-onderzoeksinstituut verhuisde in mei 2015 vanuit zijn locatie in Nieuwegein naar een gloednieuw, duurzaam gebouw op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven. Duurzaamheid is vanaf de ontwerpfase een aandachtspunt geweest, wat een vier-sterren score oplevert volgens het BREEAM duurzaamheidskeurmerk. BREEAM-expert Evie Kerkhof over duurzaam DIFFER.

door Anita van Stel

Op 27 februari vond de oplevering plaats van een tiental ruimtes in het nieuwe gebouw. Op 2 april 2015 volgde de verdere oplevering van de totale bouw. DIFFER is vanaf dat moment de trotse eigenaar van een ‘excellent’ certificering volgens de BREEAM-methode en daarmee de eerste in Nederland die dit certificaat voor een laboratoriumgebouw krijgt. Volgens Evie Kerkhof, installatie- en duurzaamheidsadviseur van Deerns, was dit mogelijk omdat DIFFER vanuit intrinsieke motivatie naar de certificering streefde. Of met andere woorden: duurzaamheid was vanaf de ontwerpfase bij DIFFER ingebakken. In de bouwkeet voor het nieuwe DIFFER-gebouw licht Kerkhof toe wat BREEAM inhoudt en waarom deze hoge ‘vier sterren’ certificering terecht is.

Alle fasen van duurzaam bouwen toetsen

BREEAM is een Engelse certificeringsmethode om gebouwen op duurzaamheid te toetsen. BREEAM wordt sinds 2008 in Nederland gebruikt en certificering gebeurt door de Dutch Green Building Council (DGBC), waarbij veel Nederlandse bedrijven in de bouwwereld zich hebben aangesloten. Het verschil met andere certificeringsmethodes is dat de DGBC onafhankelijk is en met BREEAM alle fasen van duurzaam bouwen toetst, tot en met de oplevering en de fase ‘in gebruik’. De eisen van BREEAM zijn hoger dan die van de ARBO-wetgeving en het Bouwbesluit.

Kerkhof legt uit: “BREEAM beoordeelt heel breed. Voor negen categorieën kun je credits scoren, zoals voor management tot afvalverwerking en watergebruik, maar bijvoorbeeld ook ecologie. Een speciaal opgeleide BREEAM- expert begeleidt het ontwerpteam en de uitvoerende partijen, zoals de aannemers. Dat was mijn rol. Mijn werkgever Deerns was binnen het ontwerpteam verantwoordelijk voor het ontwerp van de installaties. Gebouw en installaties zijn integraal ontworpen samen met architect Ector Hoogstad. Ongeveer de helft van de credits is installatietechnisch. Het mes sneed aan twee kanten: ik weet precies wat wij ontwerpen én ik kon vanaf de ontwerpfase aangeven waar de accenten gelegd moesten worden vanuit BREEAM perspectief.”

Uniek dat opdrachtgever ook gebruiker is

Voor kantoren of winkels bestaan standaard BREEAM richtlijnen. Zo gauw een gebouw iets afwijkends herbergt, eist de DGBC een lijst met credits op maat. Er zijn geen standaard richtlijnen voor labgebouwen. Daarom zijn voor het DIFFER gebouw, met de bijzondere, hoge experimenteerruimtes, bijpassende credits geformuleerd. Kerkhof licht toe: “Daglichttoetreding is voor een experimenteerruimte minder relevant dan voor een kantoorruimte. Dus kon deze eis minder zwaar meewegen.” Kerkhof noemt het bouwen van het DIFFER-gebouw en het traject naar de certificering om meerdere redenen aansprekend en anders dan andere projecten die zij begeleidde: "DIFFER bouwt het gebouw om het zelf te gaan gebruiken. Dat is uniek. Vaak bouwen projectontwikkelaars een pand, bijvoorbeeld een kantoorgebouw, om het te verkopen of verhuren.

De betrokkenheid van DIFFER was vanaf dag één optimaal. Samen met de opdrachtgever en het ontwerpteam, bestaande uit installatieadviseur, architect en bouwfysisch adviseur, zijn we op locatie gaan kijken welke BREEAM-credits haalbaar waren en welke uitgesloten moesten worden. ‘Locatie’ is namelijk een belangrijke categorie. Is er geen bushalte? Dan kun je geen punten halen voor OV. Bouw je buiten de bebouwde kom? Dan scoor je weinig voor ‘hergebruik van grond’. Je maakt afwegingen. Het is een integraal proces geweest. Ik wees op de consequenties van ontwerpkeuzes. Neem de zaagtandgevel, met veel glas. Door de positionering van de zonwering beperk je de koellast, maar is er toch een grote daglichttoetreding. Door het BREEAM-traject maak je bewustere keuzes, want je ziet heel duidelijk welke invloed een keuze heeft op bijvoorbeeld het energie- of waterverbruik. DIFFER heeft als opdrachtgever in het begin ook zogenaamde ‘eigenaarscredits’ gescoord, voor het publiceren van gebouwinformatie, zodat de omgeving wist wat er gebeurde. Het delen van faciliteiten is eveneens een belangrijke BREEAM-credit. DIFFER koos bewust voor een plek op de campus, met het doel samen te werken met anderen op dezelfde plek en het gebouw efficiënter te gebruiken.”

Van drie naar vier sterren

Veel van de BREEAM-scores zijn gebaseerd op vastlegging van processen. Zo moet voor labs en experimenteerruimtes nauwgezet omschreven zijn hoe risicobeheersing plaatsvindt. Kerkhof roemt de samenwerking met Noud Oomens, projectleider van DIFFER. Kerkhof: “Als expert moet ik de opdrachtgever, vaak in de persoon van Noud, sturen hoe hij zijn registratie moet doen. De communicatie verliep prettig met als resultaat dat de meeste van de opdrachtgever-credits behaald zijn.” De eerste ambitie uit het Programma van Eisen was de certificering ‘very good’, ofwel ‘drie sterren’. Daarop werd het eerste ontwerp geënt. DIFFER vroeg vervolgens aan Kerkhof hoe de certificering naar vier sterren te tillen was. Kerkhof legt uit: “Certificering is altijd een kosten-baten-afweging. Je moet geen maatregelen nemen om punten te halen. Daar ben ik tegen. Een credit moet een doel hebben en bij het gebouw passen. BREEAM kost geld. We zaten met de ‘very good-lijst’ al ruim in de punten. Het werd duidelijk dat ‘excellent’ mogelijk was.

"DIFFER kwam met de wens zelf energie op te wekken, bijvoorbeeld via zonnecellen. Ik heb gekeken naar de credits die daarbij passen, zoals energiemonitoring. Daarop is het besluit genomen om 1700 vierkante meter aan zonnecellen op het dak te leggen. Alles haakt in op elkaar. Door de zonnecellen scoort DIFFER ook credits voor het omlaag brengen van stifstofoxide-emissie, omdat de warmtepompen via zonne-energie aangedreven worden. Daarnaast passen zonnecellen goed bij de uitstraling die DIFFER wil bereiken met het gebouw. DIFFER besloot voor ‘excellent’ te gaan, vanuit de intrinsieke drive zo duurzaam mogelijk te willen zijn. Overigens was de certificering ‘outstanding’ buiten bereik. Het gebouw is heel zwaar, om aan de trillingseisen voor de experimenteerruimtes te voldoen. Het is dan lastig om punten te halen voor materialen. De ecologische footprint van beton is niet goed, maar je kunt met het oog op Magnum-PSI niet zonder."

Laten zien wat je belooft

De toetsing van BREEAM gebeurt door een onafhankelijk assessor, die zowel het ontwerp als de oplevering valideert. Kerkhof is zelf ook opgeleid BREEAM-assessor en weet daarom goed waar de assessor voor DIFFER, Sannie Verweij, op let: “Je moet laten zien wat je in het ontwerp belooft. Zijn de luchtbehandelingskasten wel zo groot als ze beschreven zijn? Als je in de ontwerpfase zegt dat je energiemeters toepast per verdieping, moet je ze bij de rondgang aanwijzen. Er komt meer ervaring in de markt en daardoor ook meer bewustwording. Aannemers moeten bijvoorbeeld een certificaat van hun leverancier van afwerkingsmaterialen, over vluchtige organische verbindingen zoals in lijm, opleveren. Vroeger deden ze daar moeilijk over, maar inmiddels hebben grote leveranciers deze certificaten standaard. En de bouwers hebben een ‘Bewuste bouwers-certificaat’ ontvangen omdat ze op de bouwplaats afvalverwerking en energiegebruik goed voor elkaar hadden. Soms zitten er lastige onderdelen in BREEAM", erkent Kerkhof. Zo moet bijvoorbeeld de afsluitbare fietsenstalling inclusief rekken en licht gereed zijn als het afleverassessment voor de cascobouw plaatsvindt. Terwijl het dan nog maanden duurt voordat de eerste fiets binnenrijdt.

Prettige opdrachtgever

Richting de oplevering kijkt Kerkhof terug op een traject dat soepel verloopt. De rapportage voor het ontwerp van de assessor naar de DGBC leverde geen verbeterpunten op. DIFFER is een prettige opdrachtgever om voor te werken, vindt Kerkhof, omdat men het nut van de integrale aanpak vanaf dag één inzag. Om dit te onderstrepen vertelt ze dat Kees Visser, projectleider namens DIFFER, haar belde met de vraag of hij bij de inkoop van meubilair rekening moest houden met de check van ‘BREEAM in use’, die drie jaar na oplevering plaatsvindt. “Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt”, aldus Kerkhof.