Installaties in DIFFER gebouw kunnen alle experimenten aan

August 10th 2015

In het DIFFER gebouw is het vernuft voor een groot deel onzichtbaar. De vele leidingen en installaties zijn vanzelfsprekend netjes weggewerkt. Namens Installatiebedrijf Unica was Arjan van Haperen eindverantwoordelijk voor het ontwerp en de realisatie van de installaties: "De omvang vormde de grootste uitdaging."
door Anita van Stel

Installaties óók belangrijk

Van Haperen kijkt met een glimlach terug op het werk voor DIFFER. Hij legt met plezier uit wat het gebouw ook qua installaties uniek maakt: "De onderzoeken van DIFFER vragen veel installaties en grote vermogens. Daardoor kent het pand een grote installatiedichtheid. Het hart van de installaties bevindt zich in de technische ruimte die midden op het gebouw is. De technische ruimte wordt ontsloten vanuit vier centrale schachten, waaruit de leidingen de verdiepingen op gaan. In de plafonds zit een distributienetwerk van kabelgoten, leidingen en kanalen. Het prachtige, open karakter van het gebouw maakte dat de ruimte, om vanuit de schachten uit te treden naar de verdiepingen, beperkt was. In goed overleg met de architect hebben we alle installaties netjes in kunnen passen in het ontwerp. Ik heb in een vergadering wel eens vriendelijk gezegd ‘ja, de installaties zijn in dit gebouw óók belangrijk’. De technische gebruiker moet zijn onderzoek goed kunnen doen."

Alle bouwpartners maakten in de ontwerpfase gebruik van BIM, een digitaal informatiemodel in 3D waarin bijvoorbeeld al in een vroeg stadium meegekeken kon worden naar waar de installaties gepland waren. Van Haperen: "Door gebruik van BIM ontstaat snel inzicht in de vele belangrijke knooppunten tussen gebouw en installaties. Voor ons betekende dit dat we in de uitvoering minder faalkosten hadden dan in een traditioneel proces zonder BIM."

Grote vermogens

In Van Haperens verhaal over DIFFER komen ‘groot, omvangrijk, enorm’ regelmatig voorbij: "Ten opzichte van een normaal utiliteitsgebouw zijn de installaties omvangrijk, dat heeft alles te maken met de experimenten. Voor de technische ruimtes hebben wij een gekoeld water-installatie moeten leveren voor de aansluiting van procesinstallaties van 2300 kilowatt, dat is een gigantische hoeveelheid koeling in relatie tot de grootte en het duurzame ontwerp van het gebouw. In verband met de procesaansluitingen voor de experimenten zijn de aansluitvermogens van het pand groot. Dit geldt voor de elektriciteitsvoorziening, maar daarnaast dus ook voor de warmte-koudeopslag (WKO). Bijzonder is dat DIFFER is aangesloten op de WKO-ring van de TU/e, die een centraal en duurzaam WKO-systeem heeft. In totaal kunnen we 2800 kilowatt koeling leveren in combinatie met de WKO. In de techniekruimte staan twee warmtepompen opgesteld, die warmte en koude tegelijk produceren. Ook in de winter is koude nodig, voor het koelen van het proces. Dat is anders dan in normale gebouwen, waar alleen in de zomer koeling nodig is."

 

Luchtbehandeling (L) en koelininstallaties (R) in de technische ruimte - foto's: Bart van Overbeeke

Voor de experimenten zijn grote vermogens nodig. Een normaal gebouw is aangesloten op middenspanning, en met een trafo wordt elektriciteit omgezet naar laagspanning. DIFFER heeft de mogelijkheid om in de toekomst rechtstreeks aan te sluiten op de 10kV-aansluiting, hoogspanning, bij een bijzonder groot experiment waarvoor veel capaciteit nodig is. Van Haperen: "Bij experimenten heeft DIFFER grote vermogens nodig. Daarom heeft het gebouw een groot trafovermogen, met drie 1000 kVA trafo’s. Er is een uitbreidmogelijkheid naar twee trafo’s van 1600 kVA zodat DIFFER ook goed voorbereid is op andere toekomstige experimenten."

Zonne-energie – genoeg voor zestig huishoudens

Van Haperen is ook trots op de 922 zonnepanelen op het dak. Het veld is een van de grotere op gebouwen in Nederland. De zonnepanelen leveren een substantiële bijdrage aan de energievoorziening. Van Haperen: "189.000 kilowattuur op jaarbasis. Een gemiddeld gezin verbruikt ruim 3.000 kilowattuur per jaar, dus een equivalent van stroom voor ongeveer zestig huishoudens. DIFFER heeft de elektriciteit zelf nodig. Het opgestelde piekvermogen van de zonnepanelen bedraagt 240kW en dat is ongeveer 25% van de capaciteit van één transformator. DIFFER verbruikt meer dan de zonnepanelen op kunnen wekken. Dat heeft vooral ook te maken met de luchtbehandeling. In totaal wordt maximaal 120.000 à 130.000 m3 lucht per uur toegevoerd, een enorm volume. Uiteraard zit er hoog rendement warmteterugwinning in het systeem, maar om die luchthoeveelheden te verplaatsen en op te warmen of te koelen heb je grote vermogens nodig. DIFFER maakt gebruik van toerengeregelde pompen en ventilatoren. Als er in het gebouw minder lucht gevraagd wordt, gaan de ventilatoren minder hard draaien. Dat is een automatisch geregeld proces, waarmee men veel energie bespaart."

Prettige warmte of koeling

De gebruikers van het gebouw kunnen actief invloed uitoefenen op het klimaat, de verlichting en de zonwering door middel van een ruimteregelaar. Bij binnenkomst kan iemand zijn aanwezigheid activeren op de regelaar een daarna gaat alles automatisch: de verlichting op basis van daglichtregeling en aanwezigheid, het klimaat op basis van de gewenste temperatuur, en de automatische zonwering kan eveneens door de gebruiker gestuurd worden. Allemaal ‘state of the art’, zegt Van Haperen: "De klimaatplafonds geven egaal prettige warmte of koeling af. Door koperen elementen stroomt water van 15 tot 18 graden, dat niet condenseert, maar toch voor voldoende koeling in de ruimte zorgt."

Veiligheid

Van Haperen wijst tot slot op een andere belangrijke installatie, die bij voorkeur niet gebruikt hoeft te worden, de sprinklerinstallatie voor als er brand ontstaat: "Boven de 72 graden knapt het glaasje in het plafond. In combinatie met de brandmeld- en gesproken woord-ontruimingsinstallatie is ook de brandveiligheid in het gehele pand optimaal voor elkaar en daarmee de veiligheid van alle gebruikers."